{"id":177054,"date":"2014-04-07T00:00:00","date_gmt":"2014-04-06T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/recente-informatie-april-2014-aclidiniumexenatide-met-vertraagde-vrijstelling-vitex-agnus-castus-nalmefeen-bosutinib-brimonidine-penfluridol\/"},"modified":"2026-04-02T19:11:26","modified_gmt":"2026-04-02T17:11:26","slug":"recente-informatie-april-2014-aclidiniumexenatide-met-vertraagde-vrijstelling-vitex-agnus-castus-nalmefeen-bosutinib-brimonidine-penfluridol","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/recente-informatie-april-2014-aclidiniumexenatide-met-vertraagde-vrijstelling-vitex-agnus-castus-nalmefeen-bosutinib-brimonidine-penfluridol\/","title":{"rendered":"Recente informatie april 2014: aclidinium,exenatide met vertraagde vrijstelling, Vitex agnus castus, nalmefeen, bosutinib, brimonidine, penfluridol"},"content":{"rendered":"<div class='tekst'>\n<table border='1' cellpadding='0' cellspacing='0'>\n<tbody>\n<tr>\n<td style='width:563px'>\n<p><img alt='' src='https:\/\/www.cbip.be\/images\/surv.gif' style='height:10px; width:10px' \/>\u00a0: geneesmiddel onder aanvullende monitoring&#x002C; waarvoor het melden van ongewenste effecten aan het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking wordt aangemoedigd.<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p>\u00a0<\/p>\n<p>&#8211; \u00a0<strong>Aclidinium<\/strong> (<strong>Bretaris Genuair\u00ae<\/strong><img alt='' src='https:\/\/www.cbip.be\/images\/surv.gif' style='height:10px; width:10px' \/>; hoofdstuk 4.1.2.2.) is&#x002C; zoals tiotropium en glycopyrronium&#x002C; een langwerkend anticholinergicum voor inhalatie. Aclidinium wordt voorgesteld voor de behandeling van chronisch obstructief longlijden (COPD)&#x002C; en dit aan twee inhalaties per dag. In de vergelijkende studies was aclidinium niet doeltreffender dan tiotropium op de longfunctie (\u00e9\u00e9nsecondewaarde). Er zijn geen gegevens over een eventueel effect op de langetermijnprognose of de frequentie van exacerbaties. De ongewenste effecten van aclidinium zijn deze van de andere anticholinergica via inhalatie.Zoals met de andere anticholinergica moet men ook voor aclidinium alert zijn voor het optreden van cardiovasculaire ongewenste effecten zoals aritmie\u00ebn bij pati\u00ebnten met instabiel cardiovasculair lijden [zie Folia maart 2014].[1]<sup>&#x002C;<\/sup>[2]<\/p>\n<p><a href='' name='_ftnref2' title=''>&#8211; De specialiteit \u00a0<strong>Bydureon<\/strong>\u00ae is een <strong>formule<\/strong> <strong>met vertraagde vrijstelling op basis van exenatide<\/strong>&#x002C; een incretinemimeticum gebruikt bij type 2-diabetes(hoofdstuk\u00a0 5.1.6.). De posologie bedraagt 2 mg in \u00e9\u00e9n subcutane injectie eenmaal per week. Na de eerste injectie is er een progressieve verhoging van de plasmaconcentraties van exenatide gedurende 6 \u00e0 7 weken tot een stabiele waarde bereikt wordt&#x002C; wat kan leiden tot een voorbijgaande verhoging van de glykemie bij overschakelen van exenatide in 2 injecties per dag naar exenatide met vertraagde vrijstelling. Deze nieuwe formule wijzigt de plaatsbepaling van exenatide niet: exenatide is geen eerstekeuzebehandeling bij de aanpak van type 2-diabetes.<\/a><\/p>\n<p><a href='' name='_ftnref2' title=''>&#8211; De specialiteit op basis van het droge extract <strong><em>Vitex agnus castus<\/em> (Donnafyta Premens\u00ae<\/strong><img alt='' src='https:\/\/www.cbip.be\/images\/surv.gif' style='height:10px; width:10px' \/>; hoofdstuk \u00a06.9.) wordt voorgesteld voor de behandeling van het premenstruele syndroom. De in de SKP voorgestelde posologie bedraagt 1 comprim\u00e9 per dag gedurende 3 opeenvolgende cycli (maximum 6 maanden). De ongewenste effecten zijn vooral allergische reacties&#x002C; hoofdpijn&#x002C; vertigo en gastro-intestinale last. Omwille van de dopaminerge en de oestrogene effecten van de vruchten van <em>Vitex agnus castus<\/em>&#x002C; kunnen interacties met dopamineagonisten en \u2013antagonisten&#x002C; oestrogenen en anti-oestrogenen niet uitgesloten worden. Voorzichtigheid is eveneens geboden bij\u00a0 pati\u00ebnten met (antecedenten van) oestrogenodependente tumoren of hypothalamo-hypofysaire stoornissen (bv. prolactinoom).[3] [update 17.04.14]<\/a><\/p>\n<p><a href='' name='_ftnref2' title=''>&#8211; N<strong>almefeen (Selincro\u00ae<\/strong><img alt='' src='https:\/\/www.cbip.be\/images\/surv.gif' style='height:10px; width:10px' \/><strong>;\u00a0<\/strong>hoofdstuk 10.5.1.)&#x002C; een opio\u00efdreceptorantagonist verwant aan naltrexon&#x002C; wordt voorgesteld om het alcoholgebruik bij alcoholafhankelijke pati\u00ebnten te helpen verminderen. In het kader van alcoholisme hebben geneesmiddelen slechts een beperkte plaats naast een ruime psychosociale aanpak. De evidentie van doeltreffendheid van nalmefeen ten opzichte van placebo is gering&#x002C; en vergelijkende gegevens ten opzichte van andere behandelingen van alcoholverslaving \u2013 die eveneens een beperkt nut hebben -&#x002C; ontbreken. Nalmefeen is zeker geen wondermiddel bij de aanpak van alcoholverslaving (zie bericht van 01\/04\/14 in de rubriek \u201cGoed om te weten\u201d op onze website].[4]<sup>&#x002C;<\/sup>[5]<sup>&#x002C;<\/sup>[6]<\/a><\/p>\n<p><a href='' name='_ftnref6' title=''>&#8211; <strong>Bosutinib<\/strong> (<strong>Bosulif<\/strong>\u00ae<img alt='' src='https:\/\/www.cbip.be\/images\/surv.gif' style='height:10px; width:10px' \/>; hoofdstuk 13.7.)&#x002C; een inhibitor van BCR\/ABL-prote\u00efnekinase&#x002C; wordt voorgesteld voor de behandeling van bepaalde vormen van chronische myelo\u00efde leukemie bij falen van minstens \u00e9\u00e9n andere tyrosinekinase-inhibitor. De ongewenste effecten van bosutinib zijn vooral cardiovasculaire stoornissen&#x002C; gastro-intestinale last&#x002C; hematologische stoornissen&#x002C; oedeem&#x002C; pleurale effusie en huidreacties.\u00a0 Bosutinib geeft eveneens interacties via CYP3A4 en P-glycoprote\u00efne (P-gp). Het gaat om een weesgeneesmiddel.[7][8]<\/a><\/p>\n<p><a href='' name='_ftnref8' title=''>&#8211; \u00a0<strong>Brimonidine<\/strong>&#x002C; een \u03b1<sub>2<\/sub>-sympathicomimeticum dat reeds beschikbaar is onder vorm van oogdruppels voor de behandeling van glaucoom&#x002C; wordt nu voorgesteld voor dermatologisch gebruik voor de symptomatische behandeling van erytheem in het aangezicht bij acne rosacea (<strong>Mirvaso<\/strong>\u00ae; hoofdstuk \u00a015.12.). De aanbevolen posologie bedraagt \u00e9\u00e9n applicatie (1 gram gel) per 24 uur. De ongewenste effecten van brimonidine zijn vooral erytheem&#x002C; pruritus&#x002C; branderig gevoel en warmte-opwellingen.\u00a0 Allergische reacties kunnen optreden. In twee gerandomiseerde&#x002C; placebo-gecontroleerde studies bij meer dan 550 pati\u00ebnten gedurende 4 weken&#x002C; werd een klinisch significant effect gezien met brimonidine in termen van vermindering van het erytheem in het aangezicht en de snelheid van optreden van het effect. Brimonidine is niet vergeleken met andere behandeling van rosacea zoals azela\u00efnezuur of metronidazol.<\/a><\/p>\n<p><a href='' name='_ftnref8' title=''>&#8211; De specialiteit <strong>Semap<\/strong>\u00ae op basis van <strong>penfluridol<\/strong> (hoofdstuk 10.2.2.2.)&#x002C; een antipsychoticum van de groep van difenylpiperidines&#x002C; is uit de markt genomen.<\/a><\/p>\n<div>\n<hr \/>\n<div id='ftn1'>\n<p> <a href='' name='_ftn1' title=''>[1]<\/a><em>La Revue Prescrire<\/em> 2013\u00a0;33\u00a0:654-5<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div id='ftn2'>\n<p><a href='' name='_ftn2' title=''>[2]<\/a><em>Pharma Selecta<\/em> 2013\u00a0;29\u00a0:32-6<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div id='ftn3'>\n<p><a href='' name='_ftn3' title=''>[3]<\/a><em>Australian Prescriber<\/em> 2001\u00a0;24\u00a0: 123<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div id='ftn4'>\n<p><a href='' name='_ftn4' title=''>[4]<\/a><em>La Revue Prescrire<\/em> 2014;34: 6-9<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div id='ftn5'>\n<p><a href='' name='_ftn5' title=''>[5]<\/a><em>Pharma Selecta <\/em>2012;28:97-89<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div id='ftn6'>\n<p><a href='' name='_ftn6' title=''>[6]<\/a><a href='https:\/\/www.ncbi.nlm.nih.gov\/pubmed\/21154349'>Cochrane Database Syst Rev.<\/a>2010 Dec 8;(12):CD001867. doi:10.1002\/14651858.CD001867.pub2.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div id='ftn7'>\n<p><a href='' name='_ftn7' title=''>[7]<\/a><em>La Revue Prescrire<\/em> 2014;34:363<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div id='ftn8'>\n<p><a href='' name='_ftn8' title=''>[8]<\/a><em>Pharma Selecta<\/em> 2014;30:13-5<\/p>\n<\/p><\/div>\n<\/p><\/div>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>\u00a0: geneesmiddel onder aanvullende monitoring&#x002C; waarvoor het melden van ongewenste  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,184],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-177054","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2014-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/177054","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=177054"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/177054\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":179628,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/177054\/revisions\/179628"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=177054"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=177054"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=177054"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}