{"id":175376,"date":"2022-12-09T00:00:00","date_gmt":"2022-12-08T23:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/behandeling-van-type-2-diabetes-epidemiologische-gegevens-over-gliflozinen\/"},"modified":"2026-04-02T19:09:19","modified_gmt":"2026-04-02T17:09:19","slug":"behandeling-van-type-2-diabetes-epidemiologische-gegevens-over-gliflozinen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/behandeling-van-type-2-diabetes-epidemiologische-gegevens-over-gliflozinen\/","title":{"rendered":"Behandeling van type 2-diabetes: epidemiologische gegevens over gliflozinen"},"content":{"rendered":"<div class='summary'>We beschrijven hier de resultaten van 2 retrospectieve cohortstudies bij pati&euml;nten met type 2-diabetes waarin gliflozinen vergeleken werden met oudere antidiabetica (hypoglykemi&euml;rende sulfamiden en metformine). <\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>In een populatie met verschillende graden van cardiovasculair risico had het gebruik van <b>een gliflozine als startbehandeling<\/b> geen voordelen op het vlak van cardiovasculaire complicaties ten opzichte van metformine als startbehandeling. Wel daalde het gecombineerd eindpunt van aantal ziekenhuisopnames wegens hartfalen en totale sterfte.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>In een geselecteerde (nagenoeg uitsluitend mannelijke) populatie die al metformine kreeg&#x002C; was de totale mortaliteit bij <b>toevoegen van een gliflozine (<i>add-on<\/i>)<\/b> lager dan bij toevoegen van een hypoglykemi&euml;rend sulfamide.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<p>Hoewel de resultaten van deze studies voorzichtig ge&iuml;nterpreteerd moeten worden&#x002C; lijken ze te bevestigen dat gliflozinen bepaalde voordelen hebben&#x002C; vooral wat het risico op hartfalen betreft.<br \/> Er zijn meer gerandomiseerde&#x002C; gecontroleerde studies nodig om de behandelingskeuzes bij type&nbsp;2-diabetes zo goed mogelijk te ondersteunen.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<h2>Inleiding<\/h2>\n<p>Gliptines&#x002C; GLP-1-analogen en gliflozinen zijn nieuwe klassen van antidiabetica die de laatste jaren op de markt gekomen zijn. Er zijn tal van gerandomiseerde&#x002C; placebogecontroleerde studies gepubliceerd&#x002C; maar vergelijkende studies met oudere antidiabetica blijven uitzonderlijk (zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3481?folia=3465&amp;matches=carolina'>Folia van december 2020<\/a>). Daarom leek het ons interessant om de resultaten te bespreken van enkele observationele studies naar de effecten van verschillende behandelingen voor type&nbsp;2-diabetes op harde eindpunten en in <i>real life<\/i> omstandigheden. Hoewel de resultaten van deze studies voorzichtig ge&iuml;nterpreteerd moeten worden&#x002C; kunnen ze soms bepaalde trends aantonen.<\/p>\n<h2>Vergelijking van de werkzaamheid van gliflozinen en metformine als startbehandeling<\/h2>\n<h3>Kernboodschap<\/h3>\n<p>In een populatie van pati&euml;nten met type&nbsp;2-diabetes met verschillende graden van cardiovasculair of renaal risico&#x002C; leidde starten van de behandeling met een gliflozine in vergelijking met metformine:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>niet tot een lager gecombineerd risico op myocardinfarct&#x002C; CVA en overlijden;<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>wel tot een lager gecombineerd risico op ziekenhuisopname wegens hartfalen en overlijden.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h3>Waarom is deze studie belangrijk?<\/h3>\n<p>Volgens bepaalde aanbevelingen (ADA&#x002C; NHG) vormen gliflozinen (of soms GLP1-analogen) nu de eerste keuze (v&oacute;&oacute;r metformine) als startbehandeling bij de medicamenteuze aanpak van<br \/> type&nbsp;2-diabetes bij pati&euml;nten met een zeer hoog risico op cardiale of nefrologische complicaties van diabetes (zie <b>&ldquo;+ meer info<\/b><strong>&rdquo;<\/strong>). Het risico van complicaties is zeer hoog in het geval van antecedenten van (of meerdere risicofactoren voor) cardiovasculaire ischemie of in aanwezigheid van nierlijden of hartfalen. Aangezien er geen gerandomiseerde studies beschikbaar zijn&#x002C; lijkt een vergelijkende analyse van die twee behandelingsopties in <i>real life<\/i> hoogst wenselijk.<\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<ul>\n<li>Sinds de update van hun <i>Standards of Medical Care in Diabetes<\/i> in 2022&#x002C; stelt de <i>American Diabetes Association<\/i> (<a href='https:\/\/diabetesjournals.org\/view-large\/figure\/4400650\/diaclincd22as01f3.tif'>ADA<\/a>) vanaf de diagnose van diabetes&#x002C; en ongeacht de noodzaak voor glykemiecontrole (buiten de niet-medicamenteuze maatregelen)&#x002C; het volgende voor:\n<ul>\n<li>bij pati&euml;nten met een hoog cardiovasculair risico (aanwezigheid van of hoog risico op een atherosclerotische cardiovasculaire ziekte): starten met een gliflozine* of een GLP1-analoog*;<\/li>\n<li>bij pati&euml;nten met hartfalen: starten met een gliflozine*;<\/li>\n<li>bij pati&euml;nten met diabetische nefropathie: bij voorkeur starten met een gliflozine*&#x002C; of&#x002C; in het geval van een intolerantie of contra-indicatie&#x002C; met een GLP1-analoog*.<br \/> *(voor die molecules met een bewezen voordeel in deze situatie)<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>De <a href='https:\/\/richtlijnen.nhg.org\/standaarden\/diabetes-mellitus-type-2#samenvatting-medicamenteuze-behandeling'>NHG<\/a> heeft zijn aanbevelingen (NHG-Standaarden) eind 2021 aangepast. De NHG stelt voor om vooraf het specifieke risico van de pati&euml;nten te bepalen. Bij pati&euml;nten met antecedenten van cardiovasculaire ischemie&#x002C; of met hartfalen of nierlijden&#x002C; wordt als eerste behandeling na het falen van niet-medicamenteuze maatregelen (v&oacute;&oacute;r metformine) een gliflozine voorgesteld (of&#x002C; in geval van een contra-indicatie&#x002C; een GLP1-analoog).<\/li>\n<li>Deze aanbevelingen zijn vooral gebaseerd op de resultaten van placebo-gecontroleerde studies waarin voor de gliflozinen een cardiovasculair en renaal voordeel werd aangetoond in geselecteerde populaties met een hoog cardiovasculair risico. Ze zijn niet gebaseerd op gerandomiseerde studies waarin gliflozinen vergeleken worden met andere behandelingsopties zoals meformine.<\/li>\n<\/ul><\/div>\n<h3>Opzet van de studie<\/h3>\n<ul>\n<li>\n<p>De klinische vraag luidt als volgt: is er bij pati&euml;nten met type&nbsp;2-diabetes die nog geen medicamenteuze behandeling kregen een verschil in cardiovasculaire complicaties tussen pati&euml;nten die opgestart werden met een gliflozine en pati&euml;nten die opgestart werden met metformine?<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het betrof een retrospectieve cohortstudie bij 25 839 pati&euml;nten.<span class='folia-referentie-nummer'><b><sup>1<\/sup><\/b><\/span> De pati&euml;nten die in de studie opgenomen werden&#x002C; waren volwassen pati&euml;nten met type&nbsp;2-diabetes die als startbehandeling metformine (ongeveer 17 000) of een gliflozine (ongeveer 8 600) kregen. De gemiddelde follow-up was iets minder dan 1&nbsp;jaar.<\/p>\n<div class='detailed-content'>Gegevens afkomstig uit gegevensbanken van Amerikaanse ziekteverzekeringen&#x002C; verzameld tussen april 2013 en maart 2020. De pati&euml;nten waren gemiddeld 60&nbsp;jaar oud&#x002C; 70% was Kaukasisch&#x002C; 38% obees en 14% rookte. Een vierde van de pati&euml;nten had een cardiovasculair antecedent&#x002C; 7% nierlijden en 6% hartfalen. Er zaten 51&#x002C;5% mannen in het cohort. De gemiddelde HbA1c bedroeg 7&#x002C;7% in de gliflozine-groep en 7&#x002C;2% in de metformine-groep (na PS-matching).<\/div>\n<\/li>\n<li>\n<p>De primaire eindpunten waren:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>Een gecombineerd eindpunt van ziekenhuisopnames wegens myocardinfarct of wegens ischemisch of hemorragisch CVA en overlijden door eender welke oorzaak.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Een gecombineerd eindpunt van ziekenhuisopnames wegens hartfalen en overlijden door eender welke oorzaak.<span class='folia-referentie-nummer'><\/span><\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>\n<p>Er werden ook eindpunten voor de veiligheid geanalyseerd: acute nierletsels&#x002C; fracturen&#x002C; genitale infecties&#x002C; ernstige hypoglykemie&#x002C; ernstige urineweginfecties&#x002C; diabetische ketoacidose en amputaties van de onderste ledematen.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h3>Resultaten<\/h3>\n<ul>\n<li>\n<p>Er was geen verschil in het gecombineerd eindpunt van cerebrovasculaire of coronaire morbiditeit en globale sterfte (HR = 0&#x002C;96 met een 95%-BI van 0&#x002C;77 tot 1&#x002C;19).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Wel was het gecombineerd eindpunt van ziekenhuisopnames wegens hartfalen en overlijden door eender welke oorzaak lager in de groep van pati&euml;nten die startten met een gliflozine dan in de groep van pati&euml;nten die startten met metformine (HR = 0&#x002C;80 met een 95%-BI van 0&#x002C;66 tot 0&#x002C;97). In absolute waarde was het verschil tussen de groepen in de orde van 5 events per 1.000 pati&euml;ntjaren in het voordeel van de gliflozinen. De NNT bedraagt ongeveer 200&#x002C; wat betekent dat ongeveer 200 pati&euml;nten gedurende 1&nbsp;jaar met een gliflozine (in plaats van met metformine) moesten behandeld worden om &eacute;&eacute;n ziekenhuisopname wegens hartfalen of een overlijden te voorkomen.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Wat de veiligheid betreft&#x002C; was het enige verschil tussen de groepen dat genitale infecties vaker voorkwamen met gliflozine.<\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<ul>\n<li>Het studieprotocol voorzag een subgroepanalyse volgens de aan- (n=6 768) of de afwezigheid<br \/> (n=25 839) van cardiovasculaire antecedenten. Bij pati&euml;nten met cardiovasculaire antecedenten werd voor geen van beide primaire eindpunten een statistisch significante daling van het risico gevonden. De betrouwbaarheidsintervallen zijn echter groot als gevolg van het kleine aantal events. In de groep van pati&euml;nten met cardiovasculaire antecedenten bedroeg het verschil in incidentie van myocardinfarct\/CVA\/overlijden tussen de gliflozine-groep en de metformine-groep &#8211; 3&#x002C;11 per 1 000 pati&euml;ntjaren (met een 95%-BI van -12&#x002C;96 tot + 6&#x002C;74) en het verschil in incidentie van hartfalen\/overlijden &#8211; 4&#x002C;37 per 1 000 pati&euml;ntjaren (met een 95%-BI van &#8211; 17&#x002C;79 tot + 9&#x002C;06).<\/li>\n<li>Wat het eindpunt genitale infecties betreft&#x002C; was het risico hoger in de groep die startte met een gliflozine dan in de groep die startte met metformine (HR = 2&#x002C;19 met een 95%-BI van 1&#x002C;91 tot 2&#x002C;51). In absolute waarde was het verschil tussen de groepen + 30&#x002C;48 &nbsp;events per 1 000 pati&euml;ntjaren (95%-BI van + 24&#x002C;72 tot + 36&#x002C;23) met de gliflozinen ten opzichte van metformine. Dat komt overeen met een NNH van ongeveer 33 op 1&nbsp;jaar.<\/li>\n<\/ul><\/div>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h3>Commentaar van het BCFI<\/h3>\n<ul>\n<li>\n<p>De studie onderzocht harde en klinisch relevante eindpunten&#x002C; en evalueerde ook veiligheidscriteria&#x002C; wat een sterk punt is.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Gezien het epidemiologische karakter van deze studie is &#8211; ondanks een zorgvuldige analyse van meerdere mogelijke verstorende factoren (<i>confounding factors<\/i>) -&#x002C; het niet uit te sluiten dat het waargenomen verschil te verklaren is door resterende verstorende factoren (bijvoorbeeld&#x002C; waarom besloten artsen al dan niet een gliflozine als startbehandeling te geven?).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>De follow-up was erg kort (minder dan 1&nbsp;jaar). In meer dan de helft van de gevallen werd de follow-up afgebroken omdat de behandeling stopgezet werd. Die stopzettingen zijn mogelijk te wijten aan een probleem van tolerantie&#x002C; informatie die interessant geweest zou zijn voor de praktijk.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het ging om de analyse van voorschriften&#x002C; en hieruit werd het re&euml;le gebruik van het geneesmiddel afgeleid.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het voordeel van de gliflozinen (in vergelijking met metformine) op de ziekenhuisopnames wegens hartfalen strookt met bepaalde resultaten van gerandomiseerde&#x002C; gecontroleerde studies die met gliflozinen uitgevoerd werden (zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3049?folia=3047'>Folia van mei 2019<\/a> en <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3526?folia=3524'>Folia van februari 2021<\/a>).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>We herinneren eraan dat gliflozinen in Belgi&euml; momenteel niet terugbetaald worden als startbehandeling voor type 2-diabetes. Voor de terugbetalingscriteria van gliflozinen klikt u op de terugbetalingscategorie van elke specialiteit in het repertorium (zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/6?frag=20693'>GGR hoofdstuk 5.1.8.<\/a>).<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2> Vergelijking van de werkzaamheid van gliflozinen en hypoglykemi&euml;rende sulfamiden als <em>add<\/em>-on bij metformine<\/h2>\n<h3>Kernboodschap<\/h3>\n<p>Een retrospectieve cohortstudie bij een geselecteerde populatie (vooral blanke mannen) die onvoldoende onder controle was met metformine (HbA1c 8&#x002C;6%)&#x002C; suggereert dat de mortaliteit lager is bij pati&euml;nten die als <i>add-on<\/i> een gliflozine kregen dan bij pati&euml;nten die als <i>add-on<\/i> een hypoglykemi&euml;rend sulfamide kregen (daling van het relatieve risico met ongeveer 20%).<\/p>\n<h3>Waarom is deze studie belangrijk?<\/h3>\n<p>Er bestaat geen gerandomiseerde gecontroleerde studie naar wat de beste aanvullende behandeling (<em>add-on<\/em>) bij metformine is: een hypoglykemi&euml;rend sulfamide of een gliflozine.<\/p>\n<h3>Opzet van de studie<\/h3>\n<ul>\n<li>\n<p>De klinische vraag luidt als volgt: wat is het risico van overlijden bij pati&euml;nten met type&nbsp;2-diabetes die metformine krijgen en bij wie als <i>add-on<\/i> een gliflozine gestart werd&#x002C; vergeleken met een hypoglykemi&euml;rend sulfamide als <i>add-on<\/i>?<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het gaat om een retrospectieve studie (oktober 2016 &ndash; februari 2020) in een cohort van Amerikaanse veteranen<span class='folia-referentie-nummer'><b><sup>2<\/sup><\/b><\/span> met type&nbsp;2-diabetes (95% mannen). De pati&euml;nten namen sinds minstens 3&nbsp;maanden metformine en kregen een voorschrift voor een <i>add-on<\/i> met een gliflozine (n=23 870) of een hypoglykemi&euml;rend sulfamide (n=104 423).<\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<ul>\n<li>Drie vierde van de pati&euml;nten was blank en 1\/5 was Afro-Amerikaans. Hun gemiddelde leeftijd was 64&nbsp;jaar. Pati&euml;nten met ernstige of terminale nierinsuffici&euml;ntie werden uitgesloten.<\/li>\n<li>De kenmerken van de pati&euml;nten die een gliflozine kregen verschilden van die van de pati&euml;nten die een hypoglykemi&euml;rend sulfamide kregen. Algemeen genomen waren ze ouder (65 in plaats van 63&#x002C;5&nbsp;jaar)&#x002C; hadden ze meer cardiovasculaire antecedenten (38% versus 20%)&#x002C; meer hartfalen (11% versus 5%) en meer nierlijden (43&#x002C;5% versus 40%). De cohorten werden gecorrigeerd voor die verschillen.<\/li>\n<\/ul><\/div>\n<\/li>\n<li>\n<p>De gemiddelde follow-up was 2&#x002C;2&nbsp;jaar. De pati&euml;nten werden gevolgd tot hun overlijden of tot het einde van de studie (eind januari 2021).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het primaire eindpunt was de tijd tot overlijden door om het even welke oorzaak.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Er werd een analyse uitgevoerd van meerdere mogelijke verstorende factoren (<i>confounding factors<\/i>) en er werd gecorrigeerd voor de variabelen tussen de 2&nbsp;groepen.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h3>Resultaten<\/h3>\n<ul>\n<li>\n<p>De mortaliteit was lager bij de pati&euml;nten bij wie bovenop metformine als <i>add-on<\/i> een gliflozine voorgeschreven werd dan bij de pati&euml;nten met een hypoglykemi&euml;rend sulfamide als <i>add-on<\/i><br \/> (HR = 0&#x002C;81; 95% BI van 0&#x002C;75 tot 0&#x002C;87).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>In absolute cijfers waren er ongeveer 5 sterfgevallen per 1 000 pati&euml;ntjaren minder bij de pati&euml;nten die een gliflozine in plaats van een hypoglykemi&euml;rend sulfamide gestart waren (95%-BI van -7&#x002C;16 tot -3&#x002C;02). Het absolute verschil op 1&nbsp;jaar is ongeveer -0&#x002C;5%&#x002C; wat overeenkomt met een NNT van 200. Dat betekent dat ongeveer 200&nbsp;pati&euml;nten een gliflozine in plaats van een hypoglykemi&euml;rend sulfamide moesten starten als <i>add-on<\/i> om na 1&nbsp;jaar 1&nbsp;sterfgeval te voork&oacute;men.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Dat resultaat wordt niet be&iuml;nvloed door de leeftijd (&gt; 65&nbsp;jaar of &le; 65&nbsp;jaar)&#x002C; de aanwezigheid van een cardiovasculair antecedent&#x002C; de mate van nierinsuffici&euml;ntie&#x002C; de aan- of afwezigheid van albuminurie&#x002C; de BMI van de pati&euml;nt of het gebruik van andere medicatie.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h3>Commentaar van het BCFI<\/h3>\n<ul>\n<li>\n<p>De klinische vraag is relevant en het gekozen eindpunt is een hard eindpunt&#x002C; wat positief is. Helaas werd de veiligheid van de twee behandelingen in deze studie niet beoordeeld.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Gezien het epidemiologische karakter van deze studie is het &#8211; ondanks een zorgvuldige analyse van meerdere mogelijke verstorende factoren (<i>confounding factors<\/i>) -&#x002C; niet uit te sluiten dat het waargenomen verschil te verklaren is door resterende verstorende factoren. We weten niet waarom de voorschrijvers de voorkeur gegeven hebben aan een van de twee <em>add-on<\/em> behandelingen die hier ge&euml;valueerd werden.<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>Enerzijds stellen we vast dat&#x002C; v&oacute;&oacute;r correctie&#x002C; de nieuwe gebruikers van een gliflozine over het algemeen ouder waren&#x002C; met meer cardiovasculaire antecedenten&#x002C; hartfalen en nierlijden.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Anderzijds werd bij de meeste (4 op de 5) pati&euml;nten een hypoglykemi&euml;rend sulfamide voorgeschreven&#x002C; wat erop kan wijzen dat de voorschrijver rekening hield met de kosten voor de pati&euml;nt. <span class='folia-referentie-nummer'><b><sup>3<\/sup><\/b><\/span> In de Verenigde Staten&#x002C; het land waar deze studie uitgevoerd werd&#x002C; kosten gliflozinen voor de pati&euml;nt (<i>out-of-pocket<\/i>) immers tot 50&nbsp;keer meer dan hypoglykemi&euml;rende sulfamiden.<span class='folia-referentie-nummer'><\/span><\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Er werd bij de statistische analyse weliswaar gecorrigeerd voor meerdere van die parameters&#x002C; maar het is mogelijk dat er geen rekening gehouden werd met andere&#x002C; nog onbekende&#x002C; verstorende variabelen (<i>confounding factors<\/i>) die te maken kunnen hebben met de sociale situatie van de pati&euml;nt <span class='folia-referentie-nummer'><b><sup>4<\/sup><\/b><\/span>.<span class='folia-referentie-nummer'><\/span><\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>\n<p>Dit resultaat kan niet ge&euml;xtrapoleerd worden naar alle pati&euml;nten met type&nbsp;2-diabetes&#x002C; het gaat over een voornamelijk blanke en mannelijke populatie.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het ging om de analyse van voorschriften&#x002C; en hieruit werd het re&euml;le gebruik van het geneesmiddel afgeleid.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het in deze studie gevonden voordeel op de mortaliteit bij pati&euml;nten bij wie als <i>add-on<\/i> een gliflozine in plaats van een hypoglykemi&euml;rend sulfamide gestart werd&#x002C; lijkt te stroken met resultaten van gerandomiseerde&#x002C; gecontroleerde studies met gliflozinen bij cardiovasculaire hoogrisicopopulaties (<a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/2293?folia=2272'>zie Folia van november 2015<\/a>&#x002C; <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/2765?folia=2762'>augustus 2017<\/a>&#x002C; <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3027?folia=3022'>maart 2019<\/a>&#x002C; <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3526?folia=3524'>februari 2021<\/a> en <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3722?folia=3719'>december 2021<\/a>). Anderzijds is in geen enkele gerandomiseerde&#x002C; gecontroleerde studie aangetoond dat hypoglykemi&euml;rende sulfamiden de mortaliteit verlagen.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Conclusie<\/h2>\n<p>De 2 hier besproken studies bestuderen de plaats van gliflozinen als startbehandeling en als <em>add-on<\/em> bij type 2-diabetes. Ze laten op dit ogenblik echter niet toe om de aanbevelingen die een voorkeurspositie geven aan gliflozinen bij pati&euml;nten met een hoog cardiovasculair en\/of renaal risico&#x002C; te bevestigen of te weerleggen.<br \/> \u200bEr zijn gerandomiseerde&#x002C; gecontroleerde studies nodig waarin verschillende behandelingsstappen onderling vergeleken worden op basis van klinisch relevante eindpunten in populaties van pati&euml;nten met type&nbsp;2-diabetes met zowel een hoog als een laag cardiovasculair risico. In september 2022 verscheen de GRADE-studie&#x002C; een RCT die 4 therapeutische klassen als <em>add-on<\/em> behandeling bij metformine vergeleek: we bespreken deze studie in een van de volgende Folia-nummers.<\/p>\n<h2> Bronnen<\/h2>\n<p><span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>1&nbsp;<\/span>Shin H&#x002C; Schneeweiss S&#x002C; Glynn RJ&#x002C; et al. Cardiovascular Outcomes in Patients Initiating First-Line Treatment of Type 2 Diabetes With Sodium-Glucose Cotransporter-2 Inhibitors Versus Metformin : A Cohort Study. Ann Intern Med. 2022 Jul;175(7):927-937. doi: 10.7326\/M21-4012. Epub 2022 May 24. PMID: 35605236.<\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>2&nbsp;<\/span>Xie Y&#x002C; Bowe B&#x002C; Gibson AK&#x002C; et al. Comparative Effectiveness of Sodium-Glucose Cotransporter 2 Inhibitors vs Sulfonylureas in Patients With Type 2 Diabetes. JAMA Intern Med.<b> <\/b>2021;181(8):1043&ndash;1053. doi:10.1001\/jamainternmed.2021.2488.<br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>3<\/span>&nbsp;Guduguntla V&#x002C; Grant RW. Sodium-Glucose Cotransporter 2 Inhibitors vs Sulfonylureas: The Price of Prevention. JAMA Intern Med. 2021;181(8):1054. doi:10.1001\/jamainternmed.2021.2487.<br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>4<\/span>&nbsp;Al-Aly Z&#x002C; Xie Y. Comparative Effectiveness of Sodium-Glucose Cotransporter 2 Inhibitors vs Sulfonylureas in Patients With Type 2 Diabetes-Reply. JAMA Intern Med. 2022 Jan 1;182(1):93-94. doi: 10.1001\/jamainternmed.2021.6334. PMID: 34724023.<\/span><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>We beschrijven hier de resultaten van 2 retrospectieve cohortstudies bij  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,42],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-175376","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2022-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175376","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=175376"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175376\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":177958,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175376\/revisions\/177958"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=175376"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=175376"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=175376"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}