{"id":175276,"date":"2023-08-24T00:00:00","date_gmt":"2023-08-23T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/tofacitinib-xeljanz-stand-van-zaken-5-jaar-na-commercialisering\/"},"modified":"2026-04-02T19:09:12","modified_gmt":"2026-04-02T17:09:12","slug":"tofacitinib-xeljanz-stand-van-zaken-5-jaar-na-commercialisering","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/tofacitinib-xeljanz-stand-van-zaken-5-jaar-na-commercialisering\/","title":{"rendered":"Tofacitinib (Xeljanz\u00ae): stand van zaken 5 jaar na commercialisering"},"content":{"rendered":"<p class='section-summary'>De JAK-inhibitor <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/13?frag=28373'>tofacitinib (Xeljanz&reg;)<\/a> werd 5 jaar geleden gecommercialiseerd voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumato&iuml;de artritis bij falen of intolerantie van andere behandelingen (zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/10?frag=7088'>9.2. Chronische artritis<\/a> en <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/query?number=F47N10B'>Folia oktober 2020<\/a>).<\/p>\n<p> &#8211; De indicatie werd uitgebreid naar andere vormen van artritis en colitis ulcerosa.<br \/> &#8211; <b>Ernstige ongewenste effecten<\/b> (zie &ldquo;lees meer&rdquo;) hebben geleid tot beperkingen rond het&nbsp;voorschrijven van JAK-&nbsp;inhibitoren.<br \/> &#8211;&nbsp;Tofacitinib werd ook als siroop goedgekeurd&#x002C; een meerwaarde bij de pediatrische indicaties.<\/p>\n<p> <em>Nieuwe indicaties<\/em><br \/> <b>Reumatologische aandoeningen<\/b><br \/> Tofacitinib heeft volgens de SKP als indicatie de behandeling van <b>a<\/b><b>rthritis psoriatica&#x002C; spondylitis ankylopoetica en juveniele idiopathische artritis (JIA) <\/b>na falen van eerdere behandelingen. De goedkeuring van tofacitinib voor deze nieuwe indicaties is gebaseerd op placebogecontroleerde studies waarvan de resultaten samengevat zijn in de SKP. Naast de tabletvorm werd tofacitinib als siroop goedgekeurd voor de indicatie JIA.<br \/> <b>Colitis ulcerosa<\/b><br \/> Tofacitinib heeft volgens de SKP als indicatie de behandeling van matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa bij volwassenen na falen van een conventionele behandeling of een biologisch geneesmiddel. De goedkeuring is gebaseerd op drie RCT&rsquo;s (zie &ldquo;lees meer&rdquo;).<\/p>\n<p> <em>Andere onderzochte indicaties (niet vergund)<\/em><br \/> Tofacitinib werd onderzocht voor de behandeling van pneumonie bij gehospitaliseerde pati&euml;nten met COVID-19.<span class='folia-referentie-nummer'><sup>1<\/sup><\/span>&nbsp;De &ldquo;levende&rdquo; WHO richtlijn suggereert tofacitinib niet te gebruiken bij pati&euml;nten met ernstige of kritieke COVID-19.<span class='folia-referentie-nummer'><sup>2<\/sup><\/span>&nbsp;Tegelijkertijd geeft de WHO-richtlijn (versie maart 2023) &nbsp;en de <a href='https:\/\/kce.fgov.be\/sites\/default\/files\/2023-03\/COVID-19_InterimGuidelines_Treatment_ENG.pdf'>Belgische leidraad voor de medicamenteuze behandeling van COVID-19<\/a> (versie juli 2023) een plaats aan tofacitinib bij deze pati&euml;nten wanneer baricitinib en IL-6 inhibitoren niet beschikbaar zijn. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op lage <i>certainty of evidence<\/i>.<\/p>\n<p> <em>Veiligheid<\/em><br \/> &#8211; Studies met tofacitinib wijzen op een hoger risico op ernstige infecties&#x002C; cardiovasculaire events&#x002C; veneuze trombo-embolie&#x002C; kanker en mortaliteit vergeleken met de TNF-inhibitoren (zie &ldquo;lees meer&rdquo;). Het Europees geneesmiddelenagentschap (EMA) beschouwt dit als een klasse-effect en beveelt aan JAK-inhibitoren alleen voor te schrijven aan bepaalde pati&euml;nten wanneer er geen geschikte alternatieven zijn: zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3962?folia=3941'>Folia december 2022<\/a>.<br \/> &#8211;&nbsp;Er zijn meldingen van hypoglykemie bij pati&euml;nten die medicatie voor diabetes krijgen en van retinale veneuze trombose.<span class='folia-referentie-nummer'><sup>3<\/sup><\/span>&nbsp;Bij pati&euml;nten die werden behandeld met tofacitinib zijn fracturen waargenomen.<\/p>\n<h3>Colitis ulcerosa<\/h3>\n<p><u>Werkzaamheid<\/u><br \/> De medicamenteuze behandeling van colitis ulcerosa bestaat uit 2 fasen: een inductiebehandeling om de ziekte in remissie te brengen en vervolgens een onderhoudsbehandeling.<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>Tofacitinib als <b>inductiebehandeling<\/b> werd onderzocht in 2 studies bij pati&euml;nten met matig tot ernstige colitis ulcerosa na falen van minstens 1 conventionele behandeling zoals corticostero&iuml;den&#x002C; immuunmodulatoren en\/of een TNF-remmer.<span class='folia-referentie-nummer'><sup>4<\/sup><\/span>&nbsp;In beide studies bereikte een hoger percentage van de pati&euml;nten die werden behandeld met 2&#215;10 mg tofacitinib het primaire eindpunt remissie (gebaseerd op de totale Mayo score). E&eacute;n studie vond 18.5% remissie in de tofacitinib-groep versus 8&#x002C;2% in de placebogroep&#x002C; de andere 16.6% versus 3.6%.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Pati&euml;nten die een respons hadden op de inductiebehandeling werden opnieuw gerandomiseerd in een vervolgstudie die een <b>onderhoudsbehandeling<\/b> met tofacitinib onderzocht.(4) Meer pati&euml;nten op 2&#215;5 mg of 2&#215;10 mg tofacitinib bereikten remissie vergeleken met placebo na 52 weken behandeling: respectievelijk 34&#x002C;3%&#x002C; 40&#x002C;6% en 11&#x002C;1%.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<p><u>Veiligheid<\/u><\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>In de studies waar inductiebehandeling werd onderzocht&#x002C; kwamen (ernstige) infecties vaker voor met tofacitinib dan met placebo.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h3>Veiligheid: de <i>Oral surveillance<\/i> studie<\/h3>\n<p>De<em> Oral surveillance<\/em> studie heeft geleid tot beperkingen in het voorschrijven van JAK-inhibitoren<span class='folia-referentie-nummer'><sup>5<\/sup><\/span>:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>In deze noninferioriteitsstudie werden 4&nbsp;362 pati&euml;nten met actieve reumato&iuml;de artritis ondanks methotrexaat gerandomiseerd naar 2&#215;5 mg of 2&#215;10 mg tofacitinib of een TNF-remmer. Pati&euml;nten <b>ouder dan 50 jaar met minstens &eacute;&eacute;n extra cardiovasculaire risicofactor<\/b> werden ge&iuml;ncludeerd. De co-primaire eindpunten waren majeure cardiovasculaire complicaties (MACE&#x002C; <i>major adverse cardiovascular events<\/i>) en kanker (excl. niet-melanoom huidkanker).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Vijf jaar na de start van de studie werd de dosering verminderd van 2&#215;10 mg naar 2&#215;5 mg tofacitinib&#x002C; omdat er meer longembolen optraden in de groep op 2&#215;10 mg tofacitinib vergeleken met TNF-remmers. Daarnaast was de mortaliteit hoger in de groep op 2&#215;10 mg tofacitinib vergeleken met 2&#215;5 mg tofacitinib of een TNF-remmer.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Na een mediane follow-up van 4 jaar was het risico op <b>MACE<\/b> hoger in de tofacitinib-groep (beide doseringen) vergeleken met de groep op TNF-remmers (3&#x002C;4% versus 2&#x002C;5%). Noninferioriteit voor MACE werd aangetoond voor 2&#215;10 mg tofacitinib vergeleken met 2&#215;5 mg. Dit was niet het geval wanneer er geen rekening werd gehouden met de gegevens bekomen na de omschakeling van 2&#215;10 mg naar 2&#215;5 mg na 5 jaar wegens de eerder vermeldde verhoogde mortaliteit en risico op longembolen. Het ging bij tofacitinib vooral om niet-fataal myocardinfarct en bij TNF-remmers om niet-fatale beroerte.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Na een mediane follow-up van 4 jaar was het risico op <b>kanker<\/b> hoger in de tofacitinib-groep (beide doseringen) vergeleken met de groep op TNF-remmers (4&#x002C;2% versus 2&#x002C;9%). Noninferioriteit voor het risico op kanker werd aangetoond voor 2&#215;10 mg tofacitinib vergeleken met 2&#215;5 mg.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het risico op MACE en kanker was hoger bij pati&euml;nten ouder dan 65 jaar vergeleken met pati&euml;nten jonder dan 65 jaar.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Opportunistische infecties (vooral herpes zoster)&#x002C; herpes zoster (ernstig en niet ernstig) en niet-melanoom huidkanker kwamen meer voor bij pati&euml;nten op beide doseringen van tofacitinib dan op een TNF-remmer.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Referenties<\/h2>\n<p><span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>1&nbsp;<\/span>Guimar&atilde;es PO&#x002C; Quirk D&#x002C; Furtado RH&#x002C; et al. Tofacitinib in Patients Hospitalized with Covid-19 Pneumonia.&nbsp;N Engl J Med. 2021;385(5):406-415.<\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>2&nbsp;<\/span>Update to living WHO guideline on drugs for covid-19. BMJ&nbsp;2023;380:p692<br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>3<\/span>&nbsp;https:\/\/www.ema.europa.eu\/en\/documents\/scientific-conclusion\/xeljanz-h-c-psusa-00010588-202111-epar-scientific-conclusions-grounds-variation-terms-marketing_en.pdf<br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>4<\/span>&nbsp;Sandborn WJ&#x002C; Su C&#x002C; Sands BE&#x002C; et al.Tofacitinib as Induction and Maintenance Therapy for Ulcerative Colitis. N Engl J Med. 2017 May 4;376(18):1723-1736.<br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>5<\/span>&nbsp;Ytterberg SR&#x002C; Bhatt DL&#x002C; Mikuls TR&#x002C; et al. Cardiovascular and Cancer Risk with Tofacitinib in Rheumatoid Arthritis.&nbsp;N Engl J Med. 2022;386(4):316-326.<\/span><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De JAK-inhibitor tofacitinib (Xeljanz&reg;) werd 5 jaar geleden gecommercialiseerd voor  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,14916],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-175276","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2023-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175276","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=175276"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175276\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":177858,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175276\/revisions\/177858"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=175276"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=175276"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/h.cbip.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=175276"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}